De WOR maakt geen onderscheid naar rechtsvorm: een OR in een stichting heeft exact dezelfde rechten als in een BV.
Ja, de Wet op de ondernemingsraden (WOR) maakt geen onderscheid naar rechtsvorm. Of een organisatie nu een BV, NV, vereniging of stichting is: zodra er 50 of meer werknemers zijn, is de ondernemer verplicht een ondernemingsraad in te stellen.
Dezelfde rechten, andere dynamiek
De OR in een stichting heeft exact dezelfde wettelijke bevoegdheden als in een BV: adviesrecht (artikel 25 WOR), instemmingsrecht (artikel 27 WOR), informatierecht (artikelen 31-31f WOR) en initiatiefrecht (artikel 23 WOR).
Wat wel verschilt, is de governance-structuur. In een stichting is er geen aandeelhoudersvergadering. Het bestuur en de raad van toezicht vormen samen het bestuurlijk kader. Dit kan tot onduidelijkheid leiden over wie de bestuurder in de zin van de WOR is.
Wie is de bestuurder?
In de WOR is de bestuurder degene die de hoogste zeggenschap uitoefent over de arbeidsorganisatie. In een stichting is dat doorgaans het dagelijks bestuur of de directeur-bestuurder.
- De OR overlegt met de bestuurder, niet met de raad van toezicht
- De raad van toezicht kan wel worden uitgenodigd bij de artikel 24-vergadering
- Bij besluiten die de raad van toezicht moet goedkeuren, moet de bestuurder tijdig advies vragen aan de OR