Geheimhouding (art. 20 WOR) mag alleen uitdrukkelijk, voor specifieke informatie, voor bepaalde tijd en tegenover genoemde personen worden opgelegd.
De bestuurder mag op grond van artikel 20 WOR geheimhouding opleggen, maar alleen onder strikte voorwaarden. Geheimhouding is de uitzondering, niet de regel.
Voorwaarden voor geheimhouding
- De geheimhouding moet uitdrukkelijk worden opgelegd
- De bestuurder moet aangeven welke informatie geheim is
- De bestuurder moet aangeven hoe lang de geheimhouding duurt
- De bestuurder moet aangeven tegenover wie de geheimhouding geldt
Wat mag niet?
De bestuurder mag geheimhouding niet gebruiken om:
- De OR structureel buiten het besluitvormingsproces te houden
- Informatie te onthouden die de OR nodig heeft voor zijn advies
- De OR te verhinderen met zijn achterban te overleggen
Proportionaliteit
De geheimhouding moet proportioneel zijn. De bestuurder mag niet meer geheimhouden dan strikt noodzakelijk.